Afrekenen met ”De afrekening…’

Westland – De lezingenavond op 28 februari 2012 van het Genootschap Oud-Westland over het boek De Afrekening van prof. Maarten van Buren is aanleiding tot een interview met een van de auteurs van het boek ‘Gemeente Naalwijk 1940-1945’ drs. P.A. Vreugdenhil. De inhoud van dit interview is bij de auteur bekend, zodat hij ook daar die avond op kan reageren. Het boek is in kringen van het Westlands verzet bijzonder slecht gevallen. Vreugdenhil rekent af met De Afrekening.

‘Hoogleraar raakt het spoor bijster’

Naaldwijk – Maarten van Buuren heeft bij het schrijven van zijn boek over het Westlands verzet ‘De Afrekening’ elementaire uitgangspunten voor historisch onderzoek met voeten getreden. Dat zegt drs. Piet Vreugdenhil uit Naaldwijk, die samen met drs. C.J.M. Bentvelzen en P.A. Smit het boek ‘Gemeente Naaldwijk 19401045’ (1995) heeft geschreven. Hij doet dat, omdat Van Buuren een aantal beweringen in zijn boek gedeeltelijk daarop baseert.

 

Piet Vreugdenhil, medeauteur van het boek Gemeente Naaldwijk 1940-1945

,,Het is onbegrijpelijk dat de uitgever Van Buuren niet heeft behoed voor het begaan deze blunder’’, vindt Vreugdenhil,  die het wel terecht vindt dat Van Buuren nader onderzoek heeft ingesteld naar de dood van de Maassluise NSB’er Lein Francke en de rol die de Westlandse verzetsman Piet Doelman daarbij heeft gespeeld. ,,Het is zeer te betreuren, dat hij daarbij de weg is kwijtgeraakt’’.

Piet Vreugdenhil kan er niet bij, dat een hoogleraar – in dit geval in de Franse literatuur – zich zo op wetenschappelijk terrein vergaloppeert. ,,Hoewel niet in dit vakgebied opgeleid had hij toch de elementaire spelregels moeten kennen’’, stelt hij vast, zich afvragend of het wel deskundig getoetst is door vakgenoten. ,,Of is hier soms sprake van publiceerdwang, waarvan recent meer sprake geweest schijnt te zijn in de academische wereld?’’.

 

Het boek waar het allemaal om draait.

Met het boek in de hand wijst Vreugdenhil op de ontsporingen van Van Buuren, die zich al in het begin indekt met de bewering, dat hij zich ‘geheel baseert op feiten en nauwgezet bronnenonderzoek’. ,,Zoiets schrijf je als historicus niet en als je het wel doet, dan is de lezer daarmee gewaarschuwd’’, doceert Vreugdenhil. ,,En wel door de mededeling dat hij ‘waar mogelijk de betrokkenen en/of nabestaanden heeft geïnterviewd’. Hij verzuimt namelijk te vermelden, dat hij niet heeft gesproken met de naaste familie van de hoofdpersoon in het boek Piet Doelman en zet met deze onzorgvuldigheid de lezer geheel op het verkeerde been’’. De publicatie heeft het nodige stof doen opwaaien en de naam Doelman in een negatief daglicht geplaatst. Vreugdenhil:  ,,Van Buuren stelt met zijn boek het gewapend verzet te hebben ontmythologiseerd, een bewering die hij niet waarmaakt’’.

NSB'ers in Naaldwijk bezig met onkruid wieden.

Van Buuren heeft zich voor een deel op de inhoud van het boek gebaseerd waar Vreugdenhil aan heeft meegewerkt. Hij vindt het voorbeeldig dat de samenstellers hun bronnen hebben vermeld en gecontroleerd: ,,Had Van Buuren dat zelf ook maar gedaan en ons voorbeeld gevolgd! Door een bron verkeerd te gebruiken komt Piet Doelman in een geheel verkeer daglicht te staan, waarna de stap om hem ‘roverhoofdman’ te noemen gauw is gezet.  Vermoeden van illegaal slachten brengt Van Buuren te gemakkelijk in verband met ‘de illegaliteit’, wat heel iets anders is. ,,Van Buuren gaat aan de haal met veronderstellingen en trekt vervolgens conclusies die even later weer uitgangspunt zijn voor nieuwe veronderstellingen en conclusies’’. Veelbetekenend voegt hij hieraan toe: ,,Tijdens elk eerstejaarscollege geschiedenis wordt aan deze valkuil de nodige aandacht geschonken’’.

Zo schreven de kranten er in 1945 over....

Wat Vreugdenhil ook opvalt, is dat als het over overvallen door de Knokploeg Westland gaat, Van Buuren vaststelt dat de meeste werden gepleegd op boeren, tuinders en handelaars. Daar geeft hij geen enkel bewijs van, maar noemt de knokploeg wel een maffiasyndicaat. Opmerkelijk is dat Van Buuren, als hij over zijn oom schrijft, die zich schuldig gemaakt zou hebben aan zwarte handel eraan toevoegt: ,,Maar Piet Doelman en zijn kring maakten zich net zo schuldig aan zwarthandel’’. ,,Is hier sprake van een verontschuldiging namens de familie? Zoiets hoort niet thuis in een historisch werk van enig niveau’’, is de stellige mening van Vreugdenhil.

Van Buuren is volgens hem gevangen geraakt in zijn eigen denkbeelden. Na ,,het zou me zeer verbazen als er ook maar een fractie van de buit terecht is gekomen bij degenen die daar het meest behoefte aan hadden’’, wordt een regel verder de definitieve conclusie getrokken : ,De goederen kwamen in de eerste plaats ten goede aan het gewapend verzet zelf, in de tweede plaats aan de kring van onderduikers die conté hadden me de verzetsgroep’. Een kritische redacteur had hier direct een rode potloodstreep doorheen getrokken’’,  vindt Vreugdenhil.

 

Ook geeft Van Buuren er blijk van, weinig te begrijpen van de situatie rond de tuinbouw tijdens de oorlog. De bewering dat de tuinders het nooit zo goed hadden als in de oorlog is gespeend van elke kennis over dit onderwerp. De erin doorklinkend insinuaties zijn volstrekt onvoldoende beargumenteerd. Ook de bewering, dat Doelman een overval op een administratiekantoor voor ‘grüne Ausweise’’ zou hebben uitgevoerd om als ‘varkensboer’ daarover te beschikken terwijl het voor tuinders was bedoeld, is volgens Vreugdenhil te ridicuul voor woorden. Doelman was gewoon een tuinder, die er voor ‘eigen eet’ een paar varkens op nahield, zoals bijna iedere tuinder in die tijd.

Het boek dat in 1995 verscheen en waaraan Piet Vreugdenhil meewerkte.

Ook legt Vreugdenhil de vinger op een onjuistheid in het boek, waar het gaat om wapendroppings in de Westlandse polders. Mogelijk gebeurde dat in de omgeving van Maasland, maar zeker niet boven het toen ook al door veel glazen kassen bedekte tuinbouwgebied. Ook bestrijdt hij de bewering, dat Piet Doelman de enige was, die bepaalde wie er werd geliquideerd en dat dit ook nog een op onzorgvuldige wijze zou zijn gedaan. In een door Van Buuren gebruikte bron, staat zelfs letterlijk te lezen, dat Doelman ‘beraadslaagde met enkele andere mensen uit het verzet’.

Dat de samenstellers van het boek over het verzet in de gemeente Naaldwijk het materiaal daarover op eenzijdige manier hebben benaderd en gevangen waren in stereotypisch denken over de wreedheid van de Duitse onderdrukking voelt als het krijgen van een gele kaart, vindt Vreugdenhil. De objectieve waarnemer zal daar eerst steekhoudende argumenten voor willen zien.

De gevangenneming van Doelman en diens bevrijding zijn aanleiding voor Van Buuren om te schrijven, ‘dat ontelbare oorlogsverhalen hun glans verliezen als je ze gaat controleren. Dan schrompelen de meeste verhalen ineen tot onaanzienlijke, vaak beschamende gebeurtenissen, als ze al niet geheel uit de lucht gegrepen blijken te zijn’’. Vreugdenil vindt dat Van Buuren met die opvatting  zijn eigen positie als onderzoeker ondergraaft.  De schrijver weet zelfs van geen ophouden als hij spreekt over de ‘mythe van het gewapend verzet’. En om dat zichzelf ondergraven nog eens te benadrukken schrijft hij doodleuk, na eerst het verzet als een roversbende gekwalificeerd te hebben, dat hij ,,niet de indruk wil wekken dat het gewapend verzet uit een stelletje boeven bestond’’. ,,Kunt u het nog volgen?’’, vraagt Vreugdenhil.

Levert het werk van Van Buuren dan helemaal niets op?

Interessant feitenmateriaal boven water gehaald.

,,Van Buuren heeft interessant feiten materiaal gevonden en stelt de lezer voor enkele nieuwe vragen. De behandeling van de NSB’er Lein Francke en diens daaropvolgende dood op 8 mei 1945 is nu gedocumenteerd. Enkele vragen over de afhandelen van deze kwestie zijn terecht gesteld. Het fotomateriaal verdient publicatie op ruime schaal’’. Maar Van Buuren hanteert wel een suggestieve stijl, die niet past in een historisch onderzoeksverslag. Hij heeft een boek geschreven dat alle kenmerken van haast en het door elkaar halen van verschillende manuscripten vertoont. Hij is  mijns  inziens van het ene dossier naar het ander gerend, heeft te snel willen publiceren en daarmee de noodzakelijke distantie uit het oog verloren. En dit alles op een terrein, waarover hij onvoldoende kennis heeft. Dat laatste is op zich niet erg, maar wordt het wel als je de publiciteit zoekt met beweringen, die – als ze waar zouden zijn – inderdaad schokkend zijn. Ik had wel kunnen leven met een boek, waarin vragen waren gesteld, die nader onderzocht moeten worden door specialisten. Ik sluit niet uit dat dat nog gebeurt ook. Daar zou ook een samenvattende studie bij behoren naar het leven van Piet Doelman, zodat het beeld dat daardoor is ontstaan recht doet aan een markant man uit het verzet’’.

AAD VAN HOLSTEIN

 

 

 

 

2 reacties op “Afrekenen met ”De afrekening…’

  1. Dag Aad,

    Goed stukje ! Van Buuren heb ik nog ongelezen op de plank liggen. Wel heb ik sterk het vermoeden dat het zo na de oorlog voor iedereen goed uitkwam dat o.a. Lou de Jong onze verzetsdaden uitvoerig omschreef en de begrippen goed en fout definitief vestigde. Was de werkelijkheid misschien toch niet anders, getuige de uitspraken van Duitse veteranen over hun tijd in bezet Holland ? En is de verdediging van de heer Vreugdenhil, gebaseerd op wetenschappelijke retoriek, ook hier juist geen bewijs van ? Ik ben van ver na de oorlog en heb me altijd verbaasd over de schuldvraag die voor een heel volk bij één man weggelegd kon worden. Echter uit de discussie over het lokaal verzet, bijna 7 decennia later, concludeer ik dat wij ook nog lang niet klaar zijn. Wie durft ?

    Met vriendelijke groet

    Arnold van Klaveren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *