Verzetsman Bram Jonker (93) overleden

De Tramclub van Bram Jonker (krantenfoto waarvoor excuus)

Krantenfoto van deTramclub van Bram Jonker )

DOOR AAD VAN HOLSTEIN

Bram Jonker

Bram Jonker

Naaldwijk – In Doorn, waar hij de laatste jaren van zijn leven woonde, is op zaterdag 5 maart overleden Bram Jonker, een der laatste Westlandse verzetsmensen uit de Tweede Wereldoorlog. De laatste keer dat ik hem heb geïnterviewd was het afgelopen najaar, waarin hij mij vertelde over het gehucht Westerlee, waar hij geboren is op 22 oktober 1922. In de afgelopen tien, vijftien jaar heb ik hem meermalen gesproken, maar dan vooral over de gebeurtenissen in het verzet. Hij wist daarbij de juiste toon te treffen, die ik nodig had om een zo waarheidsgetrouw mogelijk beeld de schetsten van wat er zich – ook volgens mijn eigen geheugen – in die vijf oorlogsjaren heeft afgespeeld.

De eigenhandig gesigneerde rouwkaart van Bram Jonker

De eigenhandig gesigneerde rouwkaart van Bram Jonker

Jonker reageerde een paar jaar geleden tamelijk geschokt op het boek van Maarten van Buuren De Afrekening, waarin deze het verzet wegzette als een stel criminele avonturiers, die maar wat aanrommelden met als leider de grootste boosdoener Piet Doelman. De verhalen, die Bram  mij vertelden ademden een heel andere geest. Bijvoorbeeld hoe hij naast zijn werk in Den Haag kans zag  een gezelligheidsclub op te richten, de Tramclub geheten, die bestond uit leden die gebruik maakten van de Westlandse stoomtram om heen en weer naar het werk in Den Haag te gaan. Benzine- en materieelschaarste noopte de WSM-directie er in 1942 toe steeds minder bussen in het Westland te laten rijden. Voor het traject van Naaldwijk naar Loosduinen wordt zelfs de personentram, die begin jaren dertig van de rails werd gehaald, weer in te zetten.

Het station waar Bram Jonker elke dag de tram nam naar Den Haag

Het station waar Bram Jonker elke dag de tram nam naar Den Haag

Ineens is hij er weer, getrokken door zo’n markante, vierkante locomotief. Hij reed dwars door het Westland. Van Loosduinen naar Naaldwijk en naar ’s-Gravenzande en weer terug Elke dag. Een van de geregelde passagiers in die dagen was dus ook Bram Jonker. Een Naaldwijker van twintig jaar oud die in de Serrestraat in Cruisbrouck woonde, waar zijn vader een zuivelhandel dreef. Bram werkte sinds september 1940 bij de fa. Wolff en Semeijn, in de 1e Van der Kunstraat in Den Haag. Vandaar dat hij dagelijks deel uit maakte van de groep forenzen, die vanuit het Westland heen en weer naar Den Haag moest reizen. Zijn baas was fabrikant van jams, limonade en dergelijke. Zelf was hij assistent van de verkoopleider. De voornamelijk suikerhoudende producten vielen uiteraard onder de distributiewet, maar omdat er ook werd geleverd aan enkele Duitse Kriegslazaretten kon Jonker af en toe wat te regelen als het om vrijstellingsdocumenten ging.

GOEDE CONTACTEN

Goede contacten met het arbeidsbureau zorgden er ook voor dat hij eveneens vrijstelling kreeg van werken in Duitsland (Arbeidsinzet). Bram leerde bij dat arbeidsbureau ook ene Van Genk kennen, die later familie bleek te zijn van de enigszins excentrieke gebroeders Jan en Arie Hoogstraten uit Naaldwijk. Van Genk was het, die Bram inwijdde in het illegale werk. Voor hij daarvoor van zijn baas zelfs betaald verlof kreeg, reed hij nog geruime tijd dagelijks per tram heen en weer van Naaldwijk naar Den Haag.

Hij stapte dan in de Verspijcklaan in. Daar was het beginpunt van de rit bij het in 1907 gebouwde station. Vandaar reed de tram dan via Honselersdijk, de Rolpaal naar Poeldijk, waar passagiers uit ’s-Gravenzande en Monster – het tweede lijntje – erin overstapten. Dat overstappen was daarna opnieuw nodig bij Dekkershoekje, waarna nogmaals in Loosduinen overgestapt moest worden op de HTM-bus die op een gasgenerator reed. Zelden waren de trams tegelijk met de bus op Dekkershoekje, waardoor er soms langer dan een half uur moest worden gewacht.

De passagiers bestonden voornamelijk uit kantoorlui en enkele scholieren. Velen van hen fietsten in de zomer en maakten alleen ’s winters gebruik van de tram. In de winter van 1942-1943 vormden ze voor de gezelligheid een vriendenclub. De Tramclub, geheten. Doel was: de langdurige en saaie tramtocht met zingen en plezier maken te bekorten. Ondanks de oorlogssituatie lukte dat prima. Ze kropen allemaal – soms wel vijftien mannen en vrouwen – in één coupé met vier maal twee zitplaatsen bij elkaar.

Het komt herhaaldelijk voor dat er granaatscherven vallen met alle gevolgen van dien

Het komt herhaaldelijk voor dat er granaatscherven vallen met alle gevolgen van dien

Een van hen was de Naaldwijker Herman Vingerling, die onlangs ook is overleden. Die stapte altijd in voor zijn ouderlijk huis aan de Dijkweg. Op weg naar de HBS. ,,Op verre afstand konden wij al zien dat hij die dag een proefwerk had’’, vertelde Bram Jonker mij. ,,Dan stond hij namelijk met een zak vol groenten onder zijn arm te wachten. Wij wisten dan al dat hij die dag een ruime voldoende zou halen’’

In Honselersdijk stapte Jo Bravenboer in samen met de zusjes Riet en Bertha Hoven en Mary Luyendijk. In Poeldijk kwam de Monsternaar Kruyf erbij. ,,Hoewel we veel lawaai maakten, waren er zelden moeilijkheden met conducteurs of passagiers Ieder maakte plaats voor de club die bekend was. We vierden wel eens verjaardagen met elkaar en er zijn legio verhalen in omloop van de streken die onderweg uitgehaald werden’’.

IMG_20160309_0001_NEW

De club had ook een eigen lied, gemaakt door Jaap Plaatzer op de wijs van ‘Ouwe Taaie’ met als refrein ,,Oh, wat is die tram vandaag weer laat, Oh wat is die tram vandaag weer laat!’. In februari 1943 vierde de tramclub zelfs feest in hotel Westlandia van Rien Droog. Harry van Buitenen trad die avond op als pianist en iedereen bracht iets lekkers mee. Bram Jonker zorgde voor de wijn, die hij op de kop tikte bij het bedrijf waar hij werkte. Hij maakte ook het feestlied, waarbij in elk couplet een of twee van de clubleden met hun aardigheden of eigenaardigheden werden opgevoerd. Bram Jonker, die later bij de familie Keijzer in Maasland onderdook, deed als ‘manusje-van-alles’ veel in het verzet. Hij heeft onder meer te maken gehad met het verdelen van de wapens voor de ondergrondse. Hij vond zichzelf maar slechts een schakeltje in het geheel.

Bram Jonker heeft altijd de fotografie als hobby uitgeoefend. Hij kende jarenlang de fotograaf Cees Freen uit de Prins Hendrikstraat goed. Vandaar dat hij er ook in de oorlog vrij gemakkelijk in slaagde zijn hobby te blijven uitoefenen. Van de Tramclub, maar ook van de tram zelf heeft hij een serie unieke foto’s gemaakt, zoals de tram vlak voor vertrek bij het station aan de Verspijcklaan in Naaldwijk.

Hij was ook lid van de EHBO-vereniging Naaldwijk-Honselersdijk. Dat zou weleens goed van pas kunnen komen was zijn idee. Het regende af en toe granaatscherven over het Westland. De straten lagen er soms bezaaid mee. Wij als kinderen, verzamelden die. Soms voelden ze nog heet aan. Als er weer een luchtgevecht aan de gang was waarbij bommenwerpers onder vuur werden genomen, kwam er van alles naar beneden. Soms hoorde je dat iemand door zo’n scherf – ook wel met dodelijke afloop – was getroffen.

EHBO-VERENIGING

Bram Jonker bezocht de oefenavonden in het zaaltje van gebouw Hulp en Voorzorg in de Havenstraat in Naaldwijk vaak. Dankzij zijn vriendschap met Cees Freen en kon hij altijd nog aan rofilms komen en ook zijn foto’s laten afdrukken. In dikke albums heeft hij zo diverse foto’s uit de oorlogstijd bewaard. Zijn leermeester in het verlenen van eerste hulp was de huisarts A.C. van den Bijllaardt, die zijn praktijk voor de oorlog begon in wat later het politiebureau aan het Wilhelminaplein werd, eigenlijk Herenstraat. In 1943 woonde Van den Bijllaardt in de Rembrandtstraat, tegenover de christelijke lagere school Rehoboth. Op de oefenavonden leerden ze allerlei kwetsuren te behandelen, vooral ook verwondingen die veroorzaakt waren door de genoemde bom- of granaatscherven. Veelal zijn dat slagaderlijke bloedingen en – zo wist hij nog precies – als zo’n bloeding in arm of been voorkomt, moest een zogenaamde knevel worden gezet in de bovenarm of in de lies. En omdat er zowel vrouwelijke als mannelijke leden waren aangesloten moest er ‘gemengd’ worden geoefend. En dat in een tijd, waarin zeker in het openbaar lichamelijk contact tussen beide seksen nog lang geen vanzelfsprekende zaak was. Dokter Van den Bijllaardt wist echter met veel takt de bij de leden bestaande schroom weg te nemen en een goed geoefende ploeg EHBO’ers te vormen.

Leden van de EHBO-vereniging Naaldwijk-Honselwerdijk in 1943: v.l.n.r. staand Mondt, Everaart, Penning, De Bloois en zittend: geheel links Bram Jonker, dame met bril mej. Van Oosten en mej. Metzelaar.

Leden van de EHBO-vereniging Naaldwijk-Honselwerdijk in 1943: v.l.n.r. staand Mondt, Everaart, Penning, De Bloois en zittend: geheel links Bram Jonker, dame met bril mej. Van Oosten en mej. Metzelaar.

In de zomer van 1943 kwam bij dokter Van den Bijllaardt het verzoek binnen om een aantal EHBO’ers naar de Zuidhollandse eilanden te sturen. Die eilanden moesten namelijk gedeeltelijk geëvacueerd worden omdat ze op bevel van de Duitsers hier en daar onder water gezet moeten worden. En omdat alles in grote haast moest gebeuren en de mensen alleen mee mochten nemen wat ze zelf dragen konden, is hulp dingend nodig. Bram en een aantal andere EHBO’ers hielpen zieken, ouderen en kinderen op weg, reizend per stoomtram van de RTM met als eindpunt de Oranjeboom Bierbouwerij in Rotterdam, waar ze tijdelijk werden ondergebracht om verder over het land te worden verspreid. Met een lege tram gingen de EHBO’ers dan weer terug voor een nieuw transport. .,,Verdrietige, wanhopige mensen’’, vertelde Jonker, ,,Ik was ondergebracht bij een boer in Zuidland, samen met Kor Penning, die in de Bospolder in Honselersdijk woonde’’.

KOSTBARE PAPIEREN IN DE WC

Bram Jonker wist in 1943 op het nippertje aan de arbeidsinzet te ontkomen. Hij werd tegen de verwachting in door een ‘foute’ arts goedgekeurd in plaats van door een ‘goede’ te worden afgekeurd. Na een schop tegen zijn achterste werd hem bevolen in de rij te gaan staan. Maar hij sprong bliksemsnel op zijn fiets en ging er vandoor. Later kwam hij als verzetsman in het bezit van een psychopaatverklaring die dr. Ed Doelen, geneesheer-directeur van de St. Ursulakliniek in Wassenaar voor hem verzorgde. Hij kwam vaak bij hem op bezoek voor zijn werk als assistent-verkoopleider welke functie hok bij de fa. Wolff en Semeijn uitoefende. Zo kon jij zelfs meer dan één dergelijke verklaring krijgen door af en toe voor een paar potten jam of flessen limonade te zorgen. Met die verklaring kwam hij in aanmerking voor een ausweis. ,,Eenmaal maakte ik een overval van de Sicherheitsdienst mee’’, vertelt hij. ,,Bezoekers en ambtenaren werden gefouilleerd. Dank zij een ambtenaar, die zeer koelbloedig en snel reageerde kon ik nog net de belastende papieren door het toilet spoelen. Toen ik na enige tijd uit de wc kwam werd ik echter niet meer gefouilleerd. Het was wel zonde van de kostbare papieren die verloren gingen’’.

Een slachtoffer wordt vakkundig verplaatst, links Bram Jonker

Een slachtoffer wordt vakkundig verplaatst, links Bram Jonker

De ontwikkelingen aan het front werkten begin 1945 danig op de zenuwen van de bezetters. De toen 22-jarige Bram Jonker, die in een boerderij aan de Burgersdijkseweg in Maasland zit ondergedoken, hoord in maart 1945 van een andere verzetsstrijder, Cor Dekker uit De Lier, dat de Duitse commandant in die plaats te kennen had gegeven te willen deserteren. Hij zocht een plek om onder te duiken. Het verzet voerde hierover met de commandant besprekingen in de Nederlands Hervormde pastorie van De Lier. De man was  belangrijk voor het Duitse leger in verband met de richtapparatuur op de Lierse Domtoren. Die stond in verbinding met het Duitse geschut in Hoek van Holland. Omdat Jonker de Duitse taal goed machtig was, vroeg men hem als tolk te dienen bij de besprekingen. De commandant bood tekeningen en wapens aan in ruil voor burgerkleding en een goed onderduikadres. Veel meer kon hij ook niet doen. Aan de besprekingen deed ook een schoonzoon van bakker Van Harmelen mee.  Cor Dekker zat in een huis aan de overkant van de straat met een met stenguns gewapende ploeg jongens achter de ramen om in te grijpen als Jonker iets  zoou overkomen. Ze vertrouwden een van de mensen die hierbij betrokken waren niet helemaal. Jonker voeld zich al onderhandeld niet competent om deze zaak verder af te wikkelen. Hij gaf de zaak door aan de dan 45-jarige leider (schuilnaam Oom Piet) Doelman. Bij de verzetslieden bestond verder maar weinig animo om deze deserteur te helpen. Zo’n soort onderduiker gaf nog meer complicaties dan een gewone, nog afgezien van de kans om ‘de kogel’ te krijgen. Ze lieten het daarom maar op zijn beloop.

In De Lier onderhandelde Jonker met een Duitse commandant die wilde deserteren

In De Lier onderhandelde Jonker met een Duitse commandant die wilde deserteren

Het onderwerp komt eind maart weer ter sprake n in een vergadering van de Westlandse Knokploeg ten huize van verzetsman,  K.P. Penning (schuilnaam Oom Kor, geb. 1896) aan de Mariëndijk in Honselerdijk. Bram Jonker ontmoette daar diverse commandanten van

Een van de wapens die Jonker verdeelde

Een van de wapens die Jonker verdeelde

Westlandse groepen Het ging bij deze besprekingen om de verdeling van wapens, die voor het verzet vanuit Engeland werden gedropt. Bram had een lijst met de diverse soorten wapens en vertelde waar ze opgehaald konden worden. Dat was op zijn onderduikadres aan de Burgersdijkseweg in Maasland. Een adres dat voor bewoners van andere delen van het Westland echter moeilijk te vinden was. De wapens kwamen – op een sleperswagen, verpakt in haringvaten in Maasland aan. Daar sorteerde Bram de zending en noteerde wat voor wie een en ander bestemd was.

Een stengun

Een stengun

De wapens waren afkomstig van een dropping en waren ter bescherming tegen roest met zwarte smeer ingevet. ,,Het was een enorme smeerboel. Toeniedereen de wapens kwamen afhalen was het een drukte van belang aan de altijd zo rustige Burgersdijkseweg. Henk van der Post uit Naaldwijk hield een oogje in het zeil. HIj stond op wacht’’ vertelde Jonker, die ook een mislukte overval op  een ‘foute’ boer in Den Hoorn meemaakte.

RAZZIA IN PERDIK

Razzia! In januari 1945 was het op een ochtend schrikken in de buurtschap Perdik, waar de Burgersdijkseweg ligt. Bram kwam doen net van Oom Jan Doelman van de Oostgaag (ook een verzetsman) thuis met wie hij overleg had gepleegd over een op handen zijnde overval op een boer in Den Hoorn. Onderweg passeerde hij weilanden, liep over planken, die over sloten lagen. Hij volgde die weg om niet over openbare wegen te hoeven gaan, waar hij misschien zou worden aangehouden. Het was die morgen erg mistig en omdat hij aan de achterzijde de boerderij binnen kwam, kon hij niet zien dat er aan de voorkant een aantal Duitsers stond. Die waren al binnen geweest. Echter niemand van de drie daar toch in grote spanning zich schuilhoudende onderduikers was gevonden. Geen wonder dat iedereen van schrik verbleekte toen Bram er ineens binnenstapte. Ze hielpen hem snel de schuilplaats in. Er gebeurde gelukkig verder niets.

Mei 1945: Bram Jonker op de achterbank van een een jeep met links naast hem George de Ridder en rechts K.P. Penning

Mei 1945: Bram Jonker op de achterbank van een een jeep met lnaast hem George de Ridder met bril en rechts K.P. Penning

Toen later de verzetsmensen bij Arie van der Kooij aan de Oostgaag bijeenkwamen ter voorbereiding van de overval, ging men met de laatste ervaringen nog vers in het geheugen nog voorzichtiger te werk dan voordien. De boer is ‘fout’ en beschikte over een grote voorraad levensmiddelen. Vooral tarwe. Verkenners hadden een plattegond gemaakt en aan de hand daarvan werd het hele scenario doorgenomen. Jan Dik had de leiding over een ploeg die ongeveer twaalf man omvatte. Ieder kende zijn taak. Het moest vooral snel en geruisloos gebeuren. Want tweehonderd meter verderop stond langs de weg richting Delft een door de Duitsers bezette school. Ze liepen er ook wacht.

De afgesproken ochtend was iedereen vroeg bij de boerderij aanwezig. Op de fiets. Het was donker en om een uur of vijf arriveerde Arie van der Kooij met paard en wagen. Bij het hek stond Bram Chardon met zijn 9 mm FN pistool, maar omdat hij het wapen niet zo goed kende, gaf hij het aan Jonker. Bij elke deur kwamiemand te staan, tenminste dat dacht men. Jonker ging mee de stal in. Het was er donker en mistig door de dampende koeien. Iemand riep ineens: ,,handen omhoog!”. Er bleken onverwacht twee knechten in de stal te vertoeven. Er ontstond een reuzentumult zonder dat de aanwezigen precies wisten wat er aan de hand is. Er vloog een melkemmer door de lucht, die Bram nog maar net kon ontwijken. Ineens was er een enorm geschreeuw, dat via een deur aan de achterkant tot hen doordrong. Die deur was niet opgevallen bij de verkenningen. Anders was hij wel bewaakt. Buiten stond de boer luid te schreeuwen. ,,Help, help een overval!”. Omdat er buiten niet mocht worden geschoten, besloot men snel de aftocht te blazen.

De groep splitste zich. Via de provinciale weg fietste een groepje richting De Lier. Een ander groepje ging via Schipluiden naar Maasland. Van der Kooij gingmet paard en wagen mee naar de Burgersdijkseweg, maar onderweg was het zo glad, dat het paard met de benen vooruit ging glijden. Het beslagwas niet op gladheid berekend. Op sommige stukken ko het paard nauwelijks vooruit komen. Maar ze hadden geen haast. Het paard zou hen bij een onderzoek kunnen verraden. Oom Piet Doelman – de K.P.-leider in het Westland – was behoorlijk kwaad over de gang van zaken. Maar niet alle acties van de K.P. zijn succesvol. Zo kon Bram Jonker urenlang vertellen over een periode in zijn leven, die in zijn latere leven veel voor hem heeft betekend. De eretekenen, die hij daarvoor heeft verworven heeft hij enkele jaren geleden in bewaring gegeven bij het Historisch Archief Westland.

IN DIT ARTIKEL IS DE INHOUD VAN DRIE AFZONDERLIJKE VERHALEN UIT OUDER WESTLAND  SAMENGEBRACHT.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *