Tuinder zijn in de jaren dertig: zware klus

Westlandse tuin in de jaren dertig, veel platglas

Westland – Vooral in de laatste vier maanden van het jaar 1931 grijpt de crisis wereldwijd om zich heen. Aanvankelijk krijgen de veehouders en landbouwers rake klappen. Maar na verloop van tijd ook de tuinders. Geen enkele gemeente in het Westland ontkomt er aan: de werkloosheid onder de tuinarbeiders neemt ook schrikbarend toe. Alleen al in Maasland telt men 83 werklozen, wat veel is voor zo’n klein dorp, waar vrijwel het hele bedrijfsleven onder zorgen gebukt gaat. Om die enigszins te verlichten richten enkele burgers een plaatselijk crisiscomite op, dat met dat doel voor ogen geld inzamelt . De gemeentekas slinkt ook snel en moet met rijkssubsidie worden aangevuld. De werklozenzorg bereikt een hoogte als nooit tevoren. En dat niet alleen in Maasland. Om werk te creëren besluit de gemeenteraad daarom een nieuwe begraafplaats aan te leggen, die al jarenlang nodig is, maar waarover een besluit steeds is uitgesteld. Met kleine boeren en tuinders, die ook maar nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden, houdt de regering  rekening. Ze kunnen bijvoorbeeld hulp krijgen bij de aankoop van kunstmest. Ze moeten daarvoor  wel een aanvraag doen bij hun gemeente. Tuinder zijn, dat blijkt zonneklaar,  is in de jaren dertig geen onverdeeld genoegen. De tijd dat men er een goudmijn in dacht te vinden is voorbij. Tuinder zijn is steeds meer een zaak van sober leven en hard werken. Wie er aan begint heeft de kans op een bestaan, dat een tikje boven de arbeidersstand uitkomt. Een garantie is daar echter niet voor te geven. Maar veel tuinders stijgt het water tot aan de lippen. Ze komen in actie. Lees het donderdag 22 maart in Ouder Westland in AD Westland.

 

Door erop te klikken kunt u de tekst vergroten en lezen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *