Stoomtram haalt Westland uit isolement

In Naaldwijk was aan het begin van de Dijkweg het eindstation vlakbij de r.k. kerk rechts

In Naaldwijk was aan het begin van de Dijkweg het eindstation vlakbij de r.k. kerk rechts

 

 

 

 

In de jaren zeventig van de negentiende eeuw ontstaan er in Nederland plannen om naast de landelijke spoorwegen lokale tramverbindingen tussen de dorpen en steden aan te leggen. Ook in het Westland.

door AAD VAN HOLSTEIN

Westland – Het scheelt in de negentiende eeuw maar weinig of behalve Naaldwijk, Monster, ‘s-Gravenzande en De Lier krijgt ook Wateringen een tramverbinding.  Maar dat gaat niet door. Wateringen blijft altijd van de tram verstoken. Het idee om ook deze plaats bij de aanleg van een Westlands tramwegnet te betrekken is aanvankelijk afkomstig van de Amsterdammer C.G. van der Meulen, door wiens toedoen het Westland begin jaren tachtig van de negentiende eeuw uit zijn isolement is verlost. Dat ontdekte de Voorburger Hans van Lith, die onder de titel  ’Rook waait over het Westland’ een standaardwerk over de Westlandse tram schreef.

Zo ziet het boek over de stoomtram eruit

Zo ziet het boek over de stoomtram eruit

In dit 455 pagina’s dikke boek beschrijft hij het wel en wee van de Westlandse Stoomtram, het Delflandspoor en de Westlanders van 1881-1970. Al 1878 heeft Van der Meulen een ‘Voorlopig comité voor den Westlandschen-Tramway’ opgericht.  Ter voorbereiding vergadert  dat comité samen met de burgemeesters van Wateringen, Monster en ’s-Gavenzande. Dat mondt uit in een concessieaanvraag bij de minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid. Het traject van die spoorbaan moet volgens hem lopen van ’s-Gravenzande, via Monster en Poeldijk naar Wateringen en dan verder naar Rijswijk. Als alternatief houdt hij echter Poeldijk-Loosduinen-Den Haag achter de hand.  Dat laatste gaat ondanks wat moeilijkheden met Den Haag uiteindelijk door. Wateringen krijgt daardoor nooit een aansluiting op het net. In een andere vergadering, waarin ook burgemeester Van Doorn van Naaldwijk aanwezig is, pleit deze voor een verbinding met zijn gemeente. Een trambaan tussen Wateringen en Rijswijk is echter te lastig in verband met het terrein waar de rails doorheen gelegd moeten worden. Dit plan wordt tegen de verbinding met Naaldwijk ingeruild.

Als hij in 1879 van de minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid een voorlopige concessie krijgt, weet Van der Meulen er al snel een tak van Poeldijk naar Naaldwijk aan toe te voegen. De gemeenten ’s-Gravenzande, Monster en Naaldwijk komen daarna snel over de brug met hun vergunningen.

Een van de eerste trams, die in de negentiende eeuw door het Westland tuften

Een van de eerste trams, die in de negentiende eeuw door het Westland tuften

Het is de bedoeling de trambaan, die zoveel mogelijk in de berm van de wegen komt te liggen te laten berijden met ‘straatlocomotieven’. De spoorbreedte daarvoor is niet meer dan vijfenzeventig centimeter. En de trams mogen niet harder rijden dan vijftien kilometer per uur. De rails moeten een druk van 2500 kilo probleemloos kunnen dragen. Stations, zo spreekt men af,  komen op plaatsen waar veel verkeer is, maar in de regel zullen de trams ook stoppen bij bestaande herbergen. De locomotieven krijgen een bel en een stoomfluit om het verkeer te waarschuwen. Om het uitvliegen van vonken te voorkomen krijgen ze ook een goed sluitende ‘aschbak’ en rust men de  trams uit met ‘krachtige remwerken’. Van der Meulen kan – dat vindt hij wel belangrijk – geen tramweg aanleggen zonder ergens in Den Haag te belanden. In januari 1880 opent hiij gesprekken met die gemeente. Die wil wel eerst weten of Van der Meulen eigenlijk wel te vertrouwen en geen charlatan is. Amsterdam stelt Den Haag echter gerust.

Intussen raken de betrokken Westlandse gemeenten hun geduld wat kwijt. In een brief aan de gemeenteraad van Den Haag dringen ze aan op spoedige beslissingen. Maar zo makkelijk gaat dat niet, want niet iedereen is blij met de komst van de trambaan langs de Loosduinsche Weg. Diverse raadsleden voeren het woord. De een zegt dat ,,vele paarden een onverkwikkelijken schrik van den stoomwagen hebben’’. Ook vreest hij dat rijtuigen met hooi of mandwerk beladen onvoldoende kunnen uitwijken op de smalle Loosduinsche Weg’’. Verder vreest hij dat de tram de ‘plechtige rust en het decorum’’ van ter aardebestellingen op de begraafplaats Eik en Duinenkunnen verstoren. Bij een paardenspoorweg speelt dat volgens dat raadslid niet. Toch krijgt Van der Meulen zijn zin en kan onderhandelen over de voorwaarden van de aanleg.

Zo naderde de tram vanuit Den Haag het dorp Monster langs de kerk door de Choorstraat.

Zo naderde de tram vanuit Den Haag het dorp Monster langs de kerk door de Choorstraat.

Het eindpunt van de tram uit het Westland wil Den Haag eigenlijk aan de Loosduinscheweg hebben. De tram mag beslist niet over de Loosduinsche Brug rijden. Men vindt dat er dan te weinig ruimte overblijft voor het overige verkeer, dat uit boerenwagens, karren en rijtuigen  bestaat. Reizigers moeten dan daarom wel drie- tot vierhonderd meter door weer en wind lopen om aansluiting te hebben op de dichtstbijzijnde halte van de paardentram. Maar het loopt anders. Van der Meulen krijgt toch weer zijn zin, want de eindhalte komt aan de Lijnbaan. Hij krijgt ook te maken met beperkende bepalingen over de lengte van de tram. Vander Meulen wil treinen met zes rijtuigen, Loosduinen en Den Haag vinden twee rijtuigen en een goederenwagen genoeg. In 1881 richt  hij de  Westlandsche Stoomtramwegmaatschappij, de WSM op. Die legt de eerste spoorbaan  naar Loosduinen aan. Kosten: 8327,55 gulden. Dat  begint in 1882 op de Lijnbaan in Den Haag. De rails lopen vervolgens links over de Loosduinscheweg en na de Beeklaan rechts door de berm van de weg naar de Emmastraat in Loosduinen als voorlopig eindpunt. Loosduinen hoort dan nog duidelijk bij het Westland dat als ‘groentetuin van Nederland’, een groen gebied vol boomgaarden  en tuinderijen is. Er is een begin gemaakt met grootschalige export van druiven en ander fruit en aardappelen naar het buitenland. Het is in dit gebied, dat de WSM zijn vleugels uitslaat.

Al op 14 maart 1881 geeft de minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid concessie aan Van der Meulen om een trambaan van Loosduinen naar Naaldwijk aan te leggen. Dat gaat zonder noemenswaardige problemen. Van de remise in Loosduinen loopt het aanvullende traject het dorp uit en langs de Nieuweweg voorbij Poeldijk en door Honselersdijk naar Naaldwijk. Onderweg bouwt de WSM onder meer een vijftal ijzeren bruggen naast de bestaande bruggen. In Naaldwijk komt het eindpunt aan de Dijkweg, voor de r.-k. kerk.

Dit eindpunt mag je het begin noemen van een rijke historie. Die maakt de honderd jaar wel niet vol – omdat  het eindpunt daarvan in 1970 ligt – maar dank zij het boek van Hans van Lith leeft de herinnering eraan na zo’n 130 jaar nog steeds voort.

 

 

TRAM ONTSPOORT AL NA ENKELE DAGEN IN HONSHOLREDIJK

Op 1 mei 1883 wapperen de vlaggen op alle openbare gebouwen en tal van woningen langs de trambaan van Den Haag naar Naaldwijk. Reden: een proefrit met ingenieurs van Rijkswaterstaat die de bruggen komen inspecteren. Een belangrijke gebeurtenis. De baan blijkt echter ‘in de beste orde’ te zijn..

De trambaan langs de Naaldswijkscheweg (nu Dijkweg) gezien vanuit Naaldwijk.

De trambaan langs de Naaldswijkscheweg (nu Dijkweg  gezien vanuit Naaldwijk. Het ongeluk gebeurde in de Hofstraat verderop rechts

Maar onverwacht gebeurt al meteen na de ingebruikneming een vrij ernstig ongeluk. Op 4 mei ontspoort de tram in de Hofstraat te Honsholredijk en ramt de gevel van herberg van Trijntje van Vliet. ,,De locomotief rijdt dwars door de muur’’, schrijft Hans van Lith in zijn boek ‘Rook waait over het Westland’, ,,en komt in de gelagkamer terecht. Volgens een ooggetuige zit Trijntje op dat moment voor het raam en wordt weggeslingerd door de klap. Behalve de schrik van haar leven houdt ze er niets aan over en ook verder vallen er geen slachtoffers. Maar de locomotief en het huis zijn nogal gehavend. Later vinden we het ongeval als schadepost in de boeken: Ongeluk Honsholredijk f. 750,–.

Met het aankoppelen van goederenwagens begint dan eigenlijk ook het goederenvervoer, maar dat stelt nog niet zoveel voor. Een aansluiting van het Westlandse spoorwegnet met het landelijke net bestaat dan immers nog niet. Het duurt nog tot 14 augustus 1883 alvorens de lijn Poeldijk via Monster naar ’s-Gravenzande in gebruik genomen kan worden.

Rook waait over het Westland, Hans van Lith, verkrijgbaar in de boekhandel. Prijs: 55 euro.

FOTO’S: UITGEVERIJ KIMABO, ZALTBOMMEL

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *