Eerste gloeilamp in het Westland brandde in Monster

Monster, 17 juni 2016 – In 1898 brandde in het Westland de eerste gloeilamp. Nog niet door middel van een volop draaiende centrale, maar via een noodcentrale. Pas een jaar later wist men in Monster de eerste elektrische stroom zelf op te wekken. Dat gebeurde in een centrale in Monster, die aan het Wegje, nu de Gantellaan stond.

De elektriciteitscentrale aan het Wegje in Monster.

De elektriciteitscentrale aan het Wegje in Monster.

Een flonkerend nieuw gebouw, waarin enkele indrukwekkende splinternieuwe, blinkende Lavalturbines stonden opgesteld. Die draaiden op kolenstook, wat flinke rookwolken opleverde die via een hoge schoorsteen ook nog eens voor luchtvervuiling in het Westland zorgde. Maar daar maakte men zich in die tijd nog niet zo druk om. Meer om ervoor te zorgen dat ook de andere gemeenten in de streek van het 200 PK opleverende vermogen zouden profiteren. De initiatiefnemer zelf natuurlijk, de gemeente Monster met Poeldijk. Maar al gauw sloten Wateringen, Loosduinen, Naaldwijk met Honselersdijk, Ter Heijde, ’s Gravenzande en Hoek van Holland zich aan.
De opgewekte stroom werd in al die plaatsen opgeslagen in grote batterijruimten en via een net van elektriciteitspalen door de dorpen verspreid.
Noodcentrale
Dat Monster de eerste was die zelf stroom produceerde was zeker bijzonder Dat kwam omdat de al bestaande Eerste Nederlandsche Electriciteitsmaatschappij directeur Ritterhausen naar Monster liet gaan om op 6 mei 1898 bij de inschakeling van de eerste stroom in Monster aanwezig te zijn. Hiervoor was men op dat moment eigenlijk nog niet helemaal klaar, maar via een noodcentrale lukte het toch om licht in de duisternis te krijgen. Voorlopig werd in Monster de noodcentrale in enkele woningen aan de Rijnweg opgeslagen.
Veel energie werd de eerste tijd nog niet afgenomen. Er werd zelfs nog wat aarzelend, achterdochtig naar gekeken. In de tuinbouw kwam de mechanisatie in de loop der tijd pas langzaam op gang. In 1914 bleek de afname voor het hele Westland nog slechts 87.336 kWh voor licht te zijn en 19.402 kWh voor kracht . Vijftig jaar later namen alleen Monster, Terheyde en Poeldijk al bijna 4 miljoen kWh per jaar af. De verlichting van de kassen en warenhuizen is pas na de oorlog een factor van betekenis geworden. Het op deze wijze bevorderen van de dankzij snellere groei steeds vroegere teelten is alleen maar toegenomen.
Wat er in 19 75 nog van over was...

Wat er in 19 75 nog van over was…

Beperkende maatregelen waren op den duur noodzakelijk .. Maar daar heeft de Monsterse centrale niets mee van doen gehad. Die heeft in totaal maar acht jaar gedraaid, want al in 1906 raakte de NV Electriciteitsmaatschappij in financiële moeilijkheden, waarbij de leiding alle bezittingen te koop aanbood. Op 15 maart van dat jaar werd het bedrijf zelfs stopgezet. In 1924 kwam het gebouw in handen van de gemeente. Nadien heeft het gebouw gediend als mandenmakerij ( eigenaar C.v.d.Wel ) ten behoeve van de Westlandse tuinbouw. Daarna heeft de dienst openbare werken hier nog een aantal jaren domicilie gehouden.
De Westlandse gemeenten werden in 1906 in de gelegenheid gesteld om het geheel over te nemen, waar ze individueel op ingingen, uitgezonderd de gemeente Wateringen. Met tot gevolg dat de Wateringers tot 1916 van elektriciteit verstoken bleven. De samenwerking duurde tot 1924, het jaar waarin het Monsterse bedrijf door de gemeente werd genaast. Het heette sindsdien Gemeentelijk Electriciteits Bedrijf, zoals ook in de andere Westlandse gemeenten gebeurde.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *